LES CHATS

Les amoureux fervents et les savants austères
Aiment également, dans leur mûre saison,
Les chats puissants et doux, orgueil de la maison,
Qui comme eux sont frileux et comme eux sédentaires.

Amis de la science et de la volupté,
Ils cherchent le silence et l’horreur des ténèbres;
L’Érèbe les eût pris pour ses coursiers funèbres,
S’ils pouvaient au servage incliner leur fierté.

Ils prennent en songeant les nobles attitudes
Des grands sphinx allongés au fond des solitudes,
Qui semblent s’endormir dans un rêve sans fin;

Leurs reins féconds sont pleins d’étincelles magiques,
Et des parcelles d’or, ainsi qu’un sable fin,
Etoilent vaguement leurs prunelles mystiques.

Charles Baudelaire (1821-1867)

DE KATTEN

De felle geliefden en de stugge geleerden
houden gelijkelijk, in hun rijpere tijd,
van katten, zacht van macht; in huis de meest geëerden,
huiverig als zij, en als zij gedempt in vlijt.

Vrienden van wetenschap en van de diepste lusten,
zoeken ze stilte en het schrikkelijk duister.
Ze zouden bodes zijn van Erebos's rusten,
konden ze buigen in slaafsheid zonder luister.

Diepzinnig zijn ze in hun nobele bewegen.
Als sfinxen langs de eenzaamheid van verre wegen,
lijken ze wel te slapen in dromen zonder band.

En, vruchtbaar uit hun flank, slaan er magische vonken
en gouden spetteringen, fijn als het warme zand,
die sterren steken in hun mysterieuze lonken.

Vertaling: Rudolf Siffer (1936) - 2011
andere
vertalers

KATTEN

Hevig verliefden en gestrenge hooggeleerden
beminnen allen in hun rijpe tijd de kat,
de trots des huizes, krachtig, zacht, en net als zij
bij voorkeur binnen zittend, en op warme plekjes.

Als vrienden van de wellust en de wetenschap
verlangen ze naar stilte en schrikwekkend duister.
Erebus had ze graag als lijkkoetspaard gezien,
maar fierheid liet zich niet door dienstbaarheid vervangen.

Nadenkend nemen zij nobele poses aan
van grote sfinxen die, diep in de eenzaamheid
en dromend zonder eind in slaap lijken te vallen.

Hun flank is vruchtbaar en vervuld van tovervonken,
zwak pinkelen er gouden, flinterdunne puntjes
in hun mystieke oogbol, als een fijn soort zand.

Vertaling: Jan Pieter van der Sterre (°1951)

DE KATTEN.

Onstuimige geliefden en strenge geleerden
Verkiezen samen in hun rijpe levenskracht
Als sieraad in het huis de katten sterk en zacht,
de even kouwelijken, even ingekeerden.

Die liefhebbers van wetenschap en van genot
Zoeken het duister met zijn stilte en zijn dromen;
De Erebus had ze als doodsrossen genomen,
Indien hun hoogmoed buigen kon voor zijn gebod.

Ze krijgen mijmerend de trotse omtreklijnen
Van grootse sfinxen, die in eenzame woestijnen
Door eindeloze sluimer lijken overmand;

Hun welige lendenvacht laat tovervonken rillen,
En schilfertjes stofgoud, zo fijn als korrels zand,
Besterren vaag hun raadselachtige pupillen.

Vertaling: Paul Claes (°1943)

KATTEN

Zowel vurige minnaars en sobere geleerden
Liefde in hun volwassen,
Katten krachtige en zachte, trots van het huis,
Net als hen die zijn voorzichtig en willen opkomen sedentaire.

Vrienden van wetenschap en sensualiteit
Ze zoeken de stilte en de horror van de duisternis;
De Erebus had genomen voor zijn sombere rossen
Als ze konden bukken om trots bondage.

Ze denken de nobele houding
Grote sfinxen in eenzaamheid uitgerekt,
Die lijken te vallen in een eindeloze droom;

Hun vruchtbare lendenen zijn vol vonken magische
En deeltjes van goud, en een zandige
Spangle vaag hun mystieke ogen.

Vertaling: Google (°1997)