Nieuport — L’ Eglise

dédié au Rev. Mr. Vermeulen
curé de Nieuport

Au milieu du silence, la bas ou l’herbe pousse
Entre les pavés gris, loin des quais et du port
Dans sa robe de pierre, toute patinée de mousse,
Solitaire se dressait l’église de Nieuport.

Sur ses lourds contreforts puissamment appuyée,
Elevant vers le cie! ses ogives gothiques,
Elle semblait défier l'ouragan des années
Tel un vivant symbole de la foi catholique.

Dans ses nefs acceuillantes, ou le jour expirant
Allumait aux vitraux des lueurs d'ncendie
Que de fois j’ai senti la douceur émanant
Du tabernacle d’or ou rayonnait l'Hostie.

Sous ses voutes élevées, comme imprégnées d’encens
Depuis tant de siècles, que de générations
S’étaient agenouillées sous les lampes d’argent
Implorant de leur Dieu l'ineffable pardon.

Et maintenant en ruine, incendiée détruite
Comme une reine détronée, sans couronne et sans voile
Elle attend le retour de ses sujets en fuite
Sous le ciel d' émeraude ou s’a!lument les étoiles!


Gaston Schavaey (?-?)
Crapstone — Jelverton 14 mars 1916

 

Nieuwpoort - De Kerk

opgedragen aan E.H.Vermeulen
pastoor van Nieuwpoort


Temidden van de stilte, daar waar het gras zich weert
tussen grauwe plavuizen, ver van de havenkaaien,
gehuld in grijze baksteen onder het mos verweerd,
droeg Nieuwpoort Godes bidhuis in sneeuw en zonnelaaien.

Grondvast en sterk van zuil, gevat in tegenbogen,
hief het ten hogen hemel zijn ogieven van gothiek,
en leek de storm der tijd in stoerheid te gedogen,
uniek symbool van levenskracht voor elke katholiek.

In haar uitnodend ruim, waar de stervende dagen
in brandramen de rijkdom van avondgloed ontstaken,
ja, hoe vaak bad ik daar waar zoete geuren lagen
om 't gouden tabernakel en Christus' stralend waken.

Onder hoge gewelven waarin nog wierook hing,
en zovele geslachten in lange eeuwen knielden,
smeekte het trouwe volk in zilveren lichtenkring
hun God toe, wiens vergeven ze zo moeizaam behielden.

Nu rest daar nog verwoesting, een langzaam smeulend puin;
een troonloze vorstinne, zonder sluier, zonder kroon,
die wacht op haar beminden, verspreid in veld en duin
onder smaragden luchten en ontstekend sterrenschoon.

 

vertaling: R.Siffer - 2010