20140101

0101 - 12:00 // Ieder uur van het leven ligt vóór een afgrond. Voor elk uur van 2014 wens ik je die dichtgewor-pen !

het overschot van de wereld

Betreffende: de Eerste Oorlog.

Vandaag beginnen we de leuke verjaring van 4 jaar wereld-oorlog !
Leuk?
Men treurt rouwmoedig om de schulden van anderen van hon-derd jaar geleden, maar speelt lustig verder in uitgebreide moordpartijen !

Ik breng de herinneringen die ik familiebedeeld kreeg. En die ik een beetje opgraafde !!

De man die mijn grootvader was
en stierf in de Eerste Oorlog
zonder soldaat te zijn.


I.

De man was bewust van zijn hoge hoed. En verward.
Want er waren geen petten meer. Alles was gestart
in hoge graden van houtbenen, gouden schouders,
zilverdraad armen, hersenen als botte houders,
longenen als verschietachtigheid, schuine geraamte
net naast spierte toekomend, en geschrapte schaamte,
en leeggemaakt karakter voor de heldhaftigheid,
en lemen voeten stinkend voor de rechtschapenheid.

II.

De koning had reeds zijn generalen aangeschoeid,
en een paar minnaressen goddelijk aangekoeid.
Hij gordde zijn burchten om om ver-suit te blijven,
en ging op tent zijn luxeduel tijdverdrijven.
Zijn graven en slaven dienden hem als monument,
en roofden alles voor hem, en schudden zich kontent.
En gans het land was groot en vol, en in het feesten
van heel dure handjes. En in armoedig beesten.

III.

De wereld keerde omhoog. Zozo edelborsten
betraden het strandparijs om hun eer te dorsten.
Groot-Britain was te groot, en haar neef Frits ingeniaal,
en haar rukrus in de sneeuw verrassend asociaal.
Men liep een ander's aardewegen ter plundering,
en kweekte zijn broedsel ter elitefundering.
Het was zalig, plechtig, leuk. En de fanfare sloeg.
En paarden en kanonnen snakten naar hun gevoeg.

IV.

Mijn grootvader liet zich aleer naar Congo zeilen.
Geen discipel was hij, militarist of dweilen,
maar werd gebombardeerd tot ambtenaar: functioneel.
En de ambtenarij was een abdij punctueel.
Vrouwen sliepen er soepel, en de negers speelden,
het was een avontuur waarin de blanken kweelden.
In zijn lange brieven stonden niets ten stugge,
maar oceanisch minne in middeleeuws Brugge.

V.

18. En de oorlog sleepte zich nutteloos voort,
en de heerlijkheid van moord en dood werd niet ver
stoord.
Het bloeiend Aards Wapenparadijs der miljardairen
reeg dunne medailletjes op
hun militairen.
En elk won over toer, en de wereld was goed af.
De blindheid werd verplicht. Maar mijn man nam zijn hoed af.
Hij kwam zijn ei-leg kapen voor zijn donkere honk,
en zwierf langs het front ... en stierf stil aan de griepse vonk!

 

 

R.Siffer / 20131224